Interview Ton van Mil opening Center for Applied Games

Op 7 april wordt het Center for Applied Games in Amsterdam geopend. Wat gaat er gebeuren?

Ton van Mil, Economic Board Utrecht:
“Aan de Plantage Middenlaan 60-62 te Amsterdam opent minister Kamp van Economische Zaken maandag het Center for Applied Games. In het Center for Applied Games komen financiering, ontwikkeling van en door Nederlandse Game Developers en internationale distributie door de Applied Games uitgeverij bijeen. Applied games zijn toepassingen van serious gaming voor andere sectoren zoals behandelwijzen voor de zorg. Het Center for Applied Games zal een belangrijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling van de Nederlandse game industrie. Alle activiteiten op het gebied van applied games onder één dak, daarmee is het centrum uniek in Nederland en in de wereld.
Minister Kamp ontmoet de 7e bedrijven uit de game industrie. Daarnaast ontvangt hij presentaties over de gamesindustrie in Nederland en gaat hij met marktpartijen in gesprek.”

Waarom is de 7e belangrijk?
“De 7e is vooral belangrijk omdat naast de start van het Center for Applied games ook een verdere invulling wordt gegeven aan het programma Growing Games. Met dat programma wordt gewerkt aan de versterking van de internationale positie van de Nederlandse gamesector. Specifiek voor applied games komt het Dasym groeifonds ter beschikking. Hiermee kan de groei van de gamebedrijven worden gefinancierd. Ter ondersteuning van deze groei biedt het programma Growing Games ook een traject aan de ondernemers om de groei van het bedrijf professioneel te kunnen vormgeven. 7 april is een sluitstuk maar ook een begin.

We zijn begonnen de vraag vanuit de markt om applied games te organiseren. Deze bleek zo groot en veeleisend dat er een slag te maken is. De opdrachten zijn gemiddeld groter dan we nu gewend zijn. De gamebedrijven worden daarmee uitgedaagd mee te groeien met de vraag. Daar is groeikapitaal voor nodig en dat is er nu. Tegelijkertijd is de Nederlandse markt een mooie testmarkt net zoals dat zo is voor televisie formats. Als iets in Nederland werkt dan gaat het ook goed in vele andere landen. En als dat dan waar is voor TV formats zoals Boer zoekt vrouw of The Voice, waarom zou dat dan niet ook opgaan voor een applied game om artsen op te leiden voor de inzet van laproscopie of een game voor jou en mij om te revalideren van een knieoperatie en ga zo maar door.
Dus 7 april markeert het wegnemen van drempels voor een onbegrensde groei van de Nederlandse gamebedrijven. Is dat niet geweldig? Waar Endemol ons voorging met de internationale verkoop van TV formats, opent zich nu eenzelfde window of opportunity voor de gamebedrijven. Investeerders als Dasym zien de gelijkenis meteen en daarom is het geen enkel punt hier het gewenste groeikapitaal voor te vinden. Hoe mooi willen we het hebben. Nederland zit in de top drie van TV format exporterende landen. Moet ik meer zeggen?”

Wat doet Utrecht in Amsterdam? Gaat minister Kamp ook Utrechtse bedrijven ontmoeten?
“Dit is een ‘old school’ vraag. Het gaat niet om Utrecht. Het gaat om de game industrie en ja die heeft haar kraamkamer in Utrecht. Het is nog steeds zo dat 50% van de werknemers in deze industrie is opgeleid in Utrecht. En ja, in Amsterdam en Hilversum maar ook op andere plekken in het land wordt daar waarde mee gecreëerd. We moeten in dit land echt af van het territoriaal denken.
Wetenschappers als Oedzge Atsema en Frank van Oort wijzen op het fenomeen van local buzz en global pipelines. Dan past het niet om over Utrecht of Amsterdam te spreken. We hebben het over de Nederlandse game industrie die de wereld kan veroveren en zelfs deze beeldspraak pas eigenlijk niet meer. Wereldwijd hebben we gedeelde opgaves en wij in dat kleine Nederland zijn nu eenmaal goed in het ‘vertellen van verhalen’ en ‘gameplay’ als mechanisme om te leren. Pak die kans en als je op die schaal wil opereren, zie dan Nederland als een grote stad en ga samenwerken. Dat is ook wat wij willen uitstralen en waarom we het prima vinden om ook in Amsterdam succes te brengen. Het succes van Amsterdam trekt Utrecht mee. Dat is geen zwakte vanuit Utrecht maar weloverwogen en heel bewust gebruik maken van elkaars kracht.
Utrecht profiteert en groeit dus meer door het succesvol maken van de uitgeverij hier in Amsterdam, dan door het afbakenen van de Utrechtse markt. Utrecht is een van de laatste regio’s die een Economic Board heeft neergezet om de economie een impuls te geven. Het is daarmee makkelijk om de leerervaring van de ‘buren’ zoals Brainport en de Amsterdam Economic Board mee te nemen. En het over de grenzen kijken en acteren is een van de meest in het oog springende verbeterpunten die dan opvalt. Voor een open economie als die van de regio Utrecht die haar waarde creëert in de regio’s om Utrecht heen is dat een no-brainer en daarom hebben we dat principe ook meteen geïmplementeerd.”

Welke rol hebben EBU en het EBU initiatief Growing Games?
“Eerlijk is eerlijk: het initiatief voor Growing Games is genomen door iMMovator. Als netwerkorganisatie tussen de media-sector en de ontwikkelende crossovers naar de zorg-, onderwijs en veiligheidssector is daar de hypothese ontwikkeld dat een groeiversnelling zoals die zich in de mediasector voordeed toen Endemol werd geïntroduceerd ook mogelijk moet zijn in de jonge gamesector. De afgelopen drie jaar is gewerkt aan het bouwen van het draagvlak voor deze hypothese.
Ruim een jaar geleden heeft de EBU de conclusie getrokken dat Utrecht meer kan zijn dan een kraamkamer. Al jaren was gaming een speerpunt voor de kennisinstellingen zoals de Universtiteit van Utrecht, de HKU en de HU. De kennispositie is onomstreden, meer dan 50% van alle medewerkers in de game industrie in Nederland is opgeleid in Utrecht. Ook onomstreden is dat de industrie er ‘geld mee maakt’ in Amsterdam vanuit haar internationale positie en in Hilversum vanuit de koppeling met de media. Utrecht heeft geen natuurlijke partner zo lijkt het, tenzij je kijkt naar applied games en de dominantie van Utrecht op het gebied van de Zorgsector. En daar zit de trigger.
EBU ziet de kans in de koppeling van games aan maatschappelijke opgaven zoals het (her) organiseren van de zorg, vanwege de dominantie in dit veld vanuit Utrecht naar de rest van Nederland, maar vooral de relevantie van het ontwikkelen van deze ‘crossover’ op onze thuismarkt. Als het daar namelijk werkt kan het internationaal ‘ge-Endemold’ worden en als format worden verkocht. Dat geeft een verdienpotentieel dat geen grenzen kent. En naast zorg blijkt Utrecht ook sterk te zijn in educatie en veiligheid. Twee soortgelijke ‘crossovers’ die beide ook te internationaliseren zijn. Dat is belangrijk omdat we – lees EBU – ook uitnodigend kunnen zijn naar Brainport, EDBR, AEB en iedereen die kiest voor local buzz en global pipelines. Daarom heeft EBU besloten de partijen die ijveren voor het programma Growing Games te steunen.
EBU wil geen eigenaarschap van projecten maar wil grote bewegingen veroorzaken. EBU is een procesmachine. Als er draagvlak is in de markt willen we graag versterken, versnellen, waar nodig verbinden en drempels wegnemen, maar nooit zullen we zelf het eigenaarschap op ons nemen. En dat geldt hier ook. De “markt” gelooft hier in. Wij hebben er voor gezorgd dat de zorg sector en de game industrie een gezamenlijke taal ontwikkelen. We hebben gezocht naar groeikapitaal en we hebben ervoor gezorgd dat de partijen die hier belang bij hebben – en die elkaar niet van nature vinden – elkaar in het programma Growing Games ontmoeten, herkennen, ambitie delen en aan het werk gaan. EBU is feitelijk klaar met haar werk. Om op een eerdere vraag terug te komen, wat betekent 7 april, als EBU zijn we nu klaar! `Mission completed’“.”

Wat verwacht je persoonlijk van 7 april ?
“Dat klinkt dom maar ik hoop te voelen dat het nu geborgd is, het gaat gebeuren! Daar heb ik naast mijn rol als directeur EBU nog wel een ‘geheime’ missie. We hebben er echt profijt van als Nederlandse game industrie, als vanuit de minister wordt uitgedragen hoe relevant we als Nederland zijn internationaal. Ik ga de minister (en dat heb ik al eerder gedaan) vragen om zich als internationaal ambassadeur op te stellen voor de game industrie.
Los van deze wens verwacht ik van komende maandag, want daar hebben we het over, een knallende start van het Center for Applied games. Vergis je niet, de game industrie is anders dan we gewend zijn. Als EBU, of stad, of ministerie, dit is een industrie die een nieuw ecosysteem vormt. Wederzijds verkennen hoe onze ervaringen gecombineerd kunnen worden en elkaar kunnen versterken gaat de basis vormen voor alle volgende stappen. Deze eerste stap moeten we dus wel in slagen! Ja, daarmee is ook 7 april spannend, uitdagend, belangrijk….”●
>> lees meer